rechts

Fanari, Νummer 1 – 2011 door Hugo Strötbaum

MAAR ER WAS OOK NOG EEN TURKSE FRANS
oftewel, het geheugen is een vreemd orgaan.

Eind februari overleed Frans van Hasselt, korrespondent van de NRC te Athene.
Και μεσ’ στη νύχτα χάνονται
Αργά τα βήματά σου...

Langzaam sterven jouw voetstappen weg in de nacht.

Het overlijden van Frans heeft al diegenen die zich met Griekenland bezig houden diep getroffen. Dit is terug te lezen in de laatste Lychnari (#2), waarin een aantal mensen, die Frans van zeer nabij gekend hebben, een beeld schetsen van deze innemende bijzondere man, met wie het altijd goed toeven was. Een zeer getrouw en herkenbaar beeld.

In januari had Frans nog een e-mail gestuurd:
Ik hoop dat de rest van dat jaar voor jullie gunstig uitvalt en dat er ook een bezoek aan Athene in zit. Ben benieuwd naar jouw oordeel over mijn linguistische Turks-Griekse bijdrage in de volgende Lychnari. Groeten, Frans
Helaas, die ontmoeting in Athene is nu niet meer mogelijk. Laat staan een gedachtenwisseling over zijn artikel in Lychnari.

Voor velen was Frans een soort vast oriëntatiepunt in Athene en minstens zo belangrijk als de Akropolis, het Syntagma-plein of Monastiraki. In de diverse in memoriams is ruimschoots aandacht besteed aan Frans en zijn “werkterrein”, de Plaka. De Plaka was zo’n beetje Frans zijn biotoop.
Ik beperk mij tot het vermelden van één voorval bij Psaras. Tijdens één van onze eet- bijeenkomsten daar, bestond ik het om, in plaats van ξιφίας (zwaardvis) ξυράφι (scheermes) te bestellen. Dat soort blunders was zeer aan Frans besteed.

Opvallend was dat niemand iets over Frans zijn Turkse periode schreef. Alle artikelen zijn vanuit Atheens, of, zoals u wilt, Grieks perspektief geschreven. Maar Frans heeft ook lange tijd in Istanbul gewoond. En hoewel Frans in Turkije nooit zo “met huid en haar” is ingeburgerd als in Griekenland, heeft hij zich bij mijn weten daar aan de overkant toch ook altijd erg op zijn gemak gevoeld. Het kosmopolitische, mediterrane karakter van Istanbul en zijn inwoners speelde daarbij ongetwijfeld een belangrijke rol.

Als ik het goed begrepen heb, vestigde Frans zich in 1959 in Griekenland. In 1967 braken er moeilijke tijden aan voor Griekenland (de Junta) en ook voor Frans. Hij werd uitgewezen. Op enigerlei moment vestigde hij zich in Istanbul en belde daarvandaan zijn verslagen door naar de burelen van de NRC in Nederland. In 1974 verdween de Junta en mocht Frans eindelijk Griekenland weer in. Dat was ook het jaar van de Turkse invasie op Cyprus. In de daaropvolgende jaren bracht hij zijn tijd deels in Istanbul, deels in Athene door. In 1992 zei Frans Turkije voorgoed vaarwel en keerde naar zijn oude vertrouwde Griekenland terug.
 

landkaart

Ik bezocht Frans voor het eerst in 1971. Hij woonde in Salacak, een rustig wijkje tussen Üsküdar en Harem, aan de overkant van de Bosporus. Het Aziatische deel van Istanbul dus. Zijn woning lag op de helling van een tamelijk steile, gedeeltelijk met huizen bebouwde heuvel die terras-gewijs naar zee afdaalde. Je kon er twee manieren komen: of vanaf Eminönü, aan de Europese kant, met de boot naar Üsküdar en dan omhoog langs de Halk Caddesi, of met één van de stoomboten vanaf diezelfde plaats naar Salacak, waar een klein aanlegsteigertje was: Salacak Iskelesi. Vanaf die aanlegsteiger liep een met kinderhoofdjes geplaveid steil weggetje rechtsaf omhoog. "Το καλντερίμι", zoals Frans het noemde, oftewel "kaldırım" in gewoon Turks.

aanlegstijger

De aanlegsteiger van Salacak (midden) en Kız Kulesi (links) voordat de kustweg werd doorgetrokken.

Frans woonde aan de Topraklı Sokak nummer 21/1. Als je vanaf de steiger de Salacak Iskelesi Sokak (straat) omhoog liep, de eerste weg rechts. Vanaf de weg ging je een trap af en dan kwam je eerst bij huisbaas Yunus uit. Dan ging je nog een trap af en kwam je bij Frans uit. En bij een leger van katten “zonder vaste woon- of verblijfplaats”, dat door Frans geregeld van extra vitaminen werd voorzien. Het was een unieke lokatie met een fantastisch uitzicht. Vanaf een breed terras aan de achterkant van het huis keek je uit op een miniscuul eilandje met daarop een eeuwenoud gebouw met een torentje, Kız Kulesi. En daarachter in de verte de skyline van Europees Istanbul met de Gouden Hoorn. En de Bosporus en de Zee van Marmara.

We aten meestal bij Arap Yeri of Arabın Yeri, een ommuurd openluchtrestaurantje niet ver van Frans zijn huis. Ik heb even op het internet gekeken of het nog bestond en vond meerdere vermeldingen, waarvan ik er hier maar even twee letterlijk weergeef:

Huzur (Arabın Yeri) Salacak Iskelesi 20. Run by a group of Arabic-speaking Turks from the Hatay, serving grilled fish or seafood with salad for a reasonable 13YTL. The restaurant has a rather faded charm and an undeniably wonderful view of the European side of the Bosphorus at sunset.

This restaurant has one of the best views in Istanbul. It is a casual, typical Turkish fish restaurant located in Salacak right across the Bosphorus from Topkapi Palace. As you may guess the sea of Marmara, the Old town, Topkapi Palace with its grandeur stands out in this scenery, especially at sunset.


Ik heb geen idee of het nu nog bestaat. Ιk las ergens dat de originele Arabın Yeri inmiddels opgedoekt is. Op die plek zou nu een villa te staan. De Topraklı Sokak (letterlijk: (onverharde) aarden straat) blijkt nog te bestaan, maar is inmiddels wel omgedoopt tot Muhtar Tahsin Sahin Sokak

 frans 3

Iets verderop, voorbij de aanlegsteiger, richting Üsküdar, bijna onderaan de helling, was een grote theetuin (cay bahcesi), een oase tussen en onder de bomen. Daar streken we ook nog wel eens neer met Frans. Daar beneden liep de kustweg, de Sahil Yolu. Die begon bij de aanlegsteigers van Üsküdar en eindigde vlak vóór de Salacak aanlegsteiger. Misschien was men ooit van plan geweest om een doorgaande weg aan te leggen, maar was men daar om de een of andere reden halverwege mee gestopt. Was de Salacak aanlegsteiger het grote struikelblok? Hoe dan ook, de weg liep daar dood en dus was dit stuk weg de perfekte plek was om ’s avonds te flaneren. Turken kunnen er ook wat van, van dat op en neer slenteren...
Ik kan me niet herinneren dat Frans erg enthousiast reageerde toen de planologen in de tachtiger jaren opeens besloten die doodlopende weg naar Harem door te trekken. Dwars door de aanlegsteiger heen en dus ook bij Frans beneden langs... Verkeerstechnisch ongetwijfeld een zeer verantwoorde beslissing, maar met het rustieke karakter van dit slaperige uithoekje van Istanbul was het toen gedaan.

Toen wij op een keer in die theetuin zaten - Frans was daar trouwens niet bij - kwam een groep militairen met geweren in de aanslag op een drafje de tuin binnenvallen. Als in een reflex kwamen de Turken die daar zaten met half opgeheven armen overeind. Geen prettig gezicht om te zien hoe geïntimideerd iedereen was.

En wij verwende toeristische luxebeesten – afkomstig uit een heel ander politiek klimaat – bleven gewoon zitten en vonden het maar een potsierlijke vertoning. Alsof het een scène uit een ordinaire aktiefilm betrof. Iedereen werd grondig gefouilleerd - onze wederhelften hoefden alleen hun tasjes om te keren - en toen dat achter de rug was, vertrokken de heren weer.
Eind zeventiger jaren was het politieke klimaat in Turkije behoorlijk verziekt: links en rechts waren al geruime tijd in een bloedige stammenstrijd verwikkeld, en schietpartijen en bomaanslagen waren aan de orde van de dag. Het openbare leven was ernstig ontregeld geraakt. Vandaar die militairen. Het jaar daarop – in 1980 - vond een staatsgreep plaats. En dat leidde weer tot jaren van repressie...

Ik herinner me dat Frans tijdens een van mijn eerste bezoeken een hele merkwaardige grammofoonplaat draaide. Ik meen dat het om een Turkse 78-toeren plaat ging, waarop drie minuten lang alleen maar een hevig gehoest te horen was. Ik weet nog dat ik zei dat dit misschien wel iets voor een exotisch radioprogramma was, maar Frans vond dat blijkbaar helemaal geen goed idee: "Geen sprake van, want dan wordt het alleen maar belachelijk gemaakt."
Nu, na pakweg veertig jaar, probeer ik erachter te komen wat ik daar bij Frans nou precies gehoord heb. In eerste instantie dacht ik dat het misschien een lied over tuberculose was. Op zich geen ongewoon thema binnen de Turkse (Veremli Kız), de Griekse (Μάνα μου το στήθος μου πονεί) en Amerikaanse (T.B. blues) muziekkultuur, stammend uit een tijd dat deze ziekte nog her en der rondwaarde. Maar in mijn herinnering was er niet zozeer sprake van een lied maar meer van een overdreven emotionele performance. Ik belde mijn vriend Cemal in Istanbul, die een boek over de geschiedenis van de Turkse grammofoonplatenindustrie heeft geschreven, en vroeg hem of hij enig idee had om wat voor plaat het hier ging. Hij dacht dat het niet om een 78-toeren plaat met een t.b.c. lied ging, maar waarschijnlijk om een 45-toeren singletje met overdadig gejammer (uitgebracht naar aanleiding van een of andere natuurramp, zoals een aardbeving?). Een soort "agıt", een dramatische weeklacht, vergelijkbaar met een μοιρολοï, maar dan wel een versie die erg neigde naar een melodramatische smartlap. Voor mijn gevoel vals sentiment.
Voor mijn best wel muzikale Hollandse oren was het in ieder geval een beetje te veel van het goede. Toch vond Frans die opname kennelijk "authentiek" genoeg om te voorkomen dat erom gelachen zou worden.
Gek dat ik het daar later met Frans nooit meer over gehad heb... Een uitspraak van Frans uit die beginjaren die mij ook altijd is bijgebleven: "Extreem links en extreem rechts hebben veel met elkaar gemeen". Toendertijd kon ik die opmerking niet zo goed plaatsen maar jaren later viel het kwartje.

Helaas, Frans, ook jij had niet het eeuwige leven. Maar het was een groot genoegen om gedurende al die jaren op gezette tijden een klein stukje aards bestaan met je te delen. Muzikaal, culinair of anderszins. Maar wie moet mij nou die enveloppen met krantenknipsels over rebetika sturen?

frans 4

Op de achtergrond Kız Kulesi en daarachter Salacak

 

Naschrift:
Zaterdagochtend 30 April: ik stuur een e-mail aan Cemal. Daarin vraag ik hem nogmaals of hij echt niet weet wat voor soort plaat dit geweest kan zijn en ook of de Topraklı Sokak nog bestaat. Hij beantwoordt mijn mail onmiddellijk. Hij kent iemand die dit soort curieuze grammofoonplaten verzamelt en zal het hem vragen. Bovendien schrijft hij dat er juist die ochtend een documentaire op de Turkse tv was waarin de oude straat van Frans opdook, maar wel onder een nieuwe naam: Muhtar Tahsin Sahin Sokak.
Een vriendin van ons placht dit soort toevalligheden “kosmisch” te noemen.

De foto’s komen van de website Salacaklı Ali Destanı, die meer dan 500 zeer uiteenlopende foto’s van gebouwen en personen in Salacak bevat. De kaarten van Istanbul komen uit mijn eigen verzameling. Met dank aan Paula, Robertina, Cemal, Wim, Marietje en de andere Lychnari-auteurs, die allen hun steentje bijdroegen aan het terughalen van de voorbije werkelijkheid.

Hugo Strötbaum, mei 2011 

 

frans 5

De historische aanlegsteiger van Salacak